Gezonde Dieren
BLOG VOOR DIERENARTSEN
BLOG VOOR DIERENARTSEN
Het is nog steeds verplicht om elke abortus bij runderen, schapen en geiten te laten onderzoeken in het kader van de brucellose-bewaking.
Voor de veehouder betekent elke abortus een financieel en emotioneel verlies. Het abortusprotocol en aanvullende onderzoeken helpen bij het opsporen van de oorzaak van de abortus.
Op die manier kan een gericht behandel- en preventieplan opgesteld worden, waarmee men veel problemen kan voorkomen.
Ontdek hier wat de abortusonderzoeken in 2024 aan het licht brachten.
In 2024 onderzocht DGZ, dankzij de financiële steun van het FAVV, ongeveer bijna 4000 abortusdossiers van rundveebedrijven. Bijna ruim 3500 dossiers werden onderworpen aan een autopsie. Het standaard protocol bevat, naast de ophaling van de foetus en de bijbehorende monsters, een macroscopische autopsie en analyses voor boviene virale diarree virus (BVDV), Neospora, brucellose, BTV en SBV. Echter in het najaar waren er budgettaire beperkingen. Daarnaast kunnen er bijkomend heel wat analyses ingezet worden om tot een diagnose te komen.
Bij meerlingen is er een hogere kans op een abortus. Figuur 1 geeft een overzicht van de macroscopische bevindingen. In ongeveer de helft van de gevallen waren er duidelijke afwijkingen zichtbaar. In 2024 zijn er, naast autolyse en serohemorragisch vocht, opnieuw veel meerlingen alsook veel foetussen met marmering van de achterhandspieren. Dit kan indicatief zijn voor selenium of een tekort aan vitamine E. Een bacterieel beeld van abortus behoort eveneens tot de belangrijkste vaststellingen. Met een bacterieel beeld bedoelen we een macroscopisch zichtbare pleuropneumonie, pleuritis, pericarditis, (peri)hepatitis, splenomegalie, peritonitis of placentitis. Hydranencephalie, anencephalie en hydrocephalus (internus) zijn typische letsels die ons aan blauwtong doen denken. Arthrogryposis, scoliosis en torticollis zijn dan weer indicatief voor het Schmallenbergvirus.

Figuur 1: In bijna de helft van de abortusgevallen bij runderen zijn duidelijke macroscopische afwijkingen te zien tijdens de lijkschouwing. Deze tabel geeft een overzicht van de verdeling van de bevindingen

Foto 1: Twee gevallen van hydranencephalie, telkens ten gevolge van een infectie met het blauwtongvirus serotype 3

Foto 2: Kalf met torticollis, scoliosis en arthrogryposis veroorzaakt door het Schmallenbergvirus
Alle foetussen met afwijkingen die in de richting van SBV (Schmallenbergvirus) of BLTV (blauwtongvirus) wijzen, werden tot en met midden september binnen het abortusprotocol getest op deze virussen.
In het voorjaar was er een piek van het aantal foetussen positief voor het SBV. Van de ongeveer 135 foetussen die werden getest in 2024, was 10,45% positief. Een daling in vergelijking met 2023 waar dit maar 1,34% bedroeg. In 2022 en 2021 was dit percentage nog ongeveer 17%. In de tweede helft van 2024 zien we ook een duidelijke stijging van het aantal gevallen positief voor BLTV. In het najaar werd er niet getest, maar er was wel een sterke stijging van het aantal foetussen met een hydranencephalie (indicatief voor het BLTV). (zie figuur 2)

Figuur 2: Aantal dossiers met afwijkingen indicatief voor blauwtong en Schmallenberg in 2024
Neospora antistoffen werd tot half september onderzocht via het protocol. Neosporose is nog steeds een belangrijke oorzaak van abortus. In 2024 werden 3031 serumstalen van moederdieren onderzocht. In 13,6% van de gevallen waren deze positief. In 2023 zagen we een kleine stijging (14,9%), in 2022 was dit 13,6% en in 2021 was dit 13,3%.
Dankzij het BVD-bestrijdingsprogramma (boviene virale diarree) daalde het aantal BVD-gevallen de laatste jaren. In 2023 was geen enkel oorbiopt (ear punch) positief voor het BVD-antigen. Maar in 2024 waren er terug enkele foetussen positief voor BVD, namelijk 0,09%.
Zowel de brucellose-cultuur op de nageboorte of de lebmaag van de foetus als de Brucella-antistoffen op het serum van het moederdier waren telkens negatief.
Bacteriologie en mycologie
Bacteriologisch en mycologisch onderzoek leverde ons heel wat diagnoses op. Er werden heel wat pathogene kiemen aangetoond zoals: Salmonella sp., Listeria monocytogenes, Bacillus licheniformis, Trueperella pyogenes. Ook de mycologische culturen konden pathogene schimmels zoals bijvoorbeeld Aspergillus fumigatus aantonen.
Meer uitleg over deze kiemen kan je steeds vinden op de website van DGZ of via de link onderaan het beproevingsverslag.

Figuur 3: Overzicht van macroscopische bevindingen abortusprotocol schapen en geiten 2024
In 2024 werden een 120-tal abortusdossiers van schapen- en geitenbedrijven onderzocht.
Een bondig overzicht van de resultaten vind je in de volgende tabel:

Figuur 4: Kort overzicht van de resultaten abortusprotocol kleine herkauwers 2024
* Pathogene schimmels en gisten zoals: Aspergillus fumigatus.
** Pathogene bacteriën zoals: (Haem.) Escherichia coli, Acinetobacter sp., Trueperella pyogenes, Staphylococcus aureus, Listeria monocytogenes, Bacillus cereus, Bacillus licheniformis, Listeria ivanovii
Auteur: Evelien Forrez
HISTOLOGIEFOTO: Histophilus somni veroorzaker van thrombotische meningoence... FOTO UIT DE AUTOPSIEZAAL: Gasgangreen bij een melkkoe